Vroeger

 

 

    Aanleiding voor mijn derde overpeinzing is een schilderijtje dat ik onlangs voor een koopje op de kop tikte op een internetveiling. Een oer-Hollands tafereeltje van een platbodem aan de Noord Hollandse kust. Ik had dat schilderijtje al een tijdje gevolgd en ik vond het wel wat hebben. De schilder, een zekere Piet in 't Hout, had het geschilderd. Na wat gespeur op het internet blijkt deze meneer geen onbekende te zijn. Hij behoorde tot de zogenaamde Haagse school, die herkenbaar is aan het sombere kleurgebruik in landschappen en stillevens. Hij was geboren in 1887 en in 1965 overleden. En zijn schilderijtje staat nu hier op de kast en niet bij zijn familie. Maar goed, meneer in 't Hout zal ongetwijfeld meer hebben geschilderd dan alleen dat schilderij. Ik vermoed dat wanneer alles bij de familie was gebleven, er geen familielid het huis in kon.
    In 1965, toen deze man stierf en een aantal van jullie nog niet eens geboren was, was ik acht jaar. Alhoewel ik op die leeftijd waarschijnlijk geen greintje interesse had in schilderijen, ga je ongemerkt toch terugpeinzen naar die tijd. Een tijd waarin de dingen waren, zoals je ze nu niet meer kunt voorstellen. Ik zat daar gisteren nog met iemand over te praten. Die tijd, we hadden net de crisis van de vijftiger jaren achter de rug, was wat armoedig, maar kende een bepaalde gezelligheid, waar slechts nu nog een aantal geuren en foto's me aan herinneren. We speelden veel gezelschapsspelen, waren inventief met blik en hout en waren blij met het 'Snoepje van de Gruyter'. Een kruidenier, die zijn waren thuis kwam bezorgen met een fiets, voorop een rieten mand.
    Een Mars, waar nu geen enkel kind zijn hand nog voor omdraait, kwam bij ons op zaterdagavond uit de kast en werd in plakjes gesneden. Dat was feest, dacht je, terwijl je voorzichtig dronk van je limonadegazeuze. Deze kocht je in de meest verschrikkelijke kleuren (kleurstof deed er destijds nog niet toe) en zat in glazen flessen, voozien van een porseleinen schroefdop met een rood rubbertje. Dat wist ik erg goed, want die boodschap deed ik maar al te graag. Niet vanwege de limonade, maar vanwege het winkeltje. Dat winkeltje had behalve limonade ook snoep. Zie je het al voor je, Meester Ron in het klein, meestal voorzien van een pistool in een halster, met zijn lege flessen in dat winkeltje. En maar watertanden, alleen al van de lucht die daar hing. En ik was in die tijd al blij met een cent, drie keer raden waar die naar toe ging. Juist, want je kon er vanalles kopen voor een cent. En eens in de maand kreeg ik een dubbeltje. Die werd direct omgeruild voor een goedgevulde snoepzak en daar was je zuinig mee. Je keek wel uit om die in één keer leeg te eten.
    Bij ons in huis kwam, als eerste in de hele buurt, een televisie. Een Philips, zwart-wit, draaiknoppen aan de zijkant en je moest even wachten voordat het beeld verscheen. Net als de radio's in die tijd moest de televisie eerst opwarmen. Maar jongens, jongens, wat had ik in ene veel vriendjes. Jongens die ik niet kende, jongens die veel ouder waren, ik zat tot over mijn oren in de vriendjes. En dan was het druk bij ons thuis voor de televisie. Swiebertje was toen vrij populair, maar ik meen me ook nog een serie te herinneren met een mannetje, Okkie Trooi dacht ik, die altijd een leeg koffertje bij zich had, waar tóch steeds krentenbollen in zaten. En ik dacht, toen we in ons Dafje 44 voorbij de televisiemast reden, dan ook altijd die televisiefiguren te zien. Dat zal zo rond negentienvijfenzestig zijn geweest. wat is de tijd veranderd, hè ?
    Nu eet je een Mars toch in een half minuutje weg en je zorgt toch op z'n minst dat je je snoepzak leeg eet, voordat iemand anders er lucht van krijgt. Limonadegazeuze is nog steeds te krijgen, champagnepils heet het, maar ik geloof niet dat veel kinderen daar nog blij mee zijn. Ik drink het nog wel eens, doet me denken aan toen en het koolzuurgehalte is nog steeds even hoog. Laten we zeggen, dat je er goed van boerde.
    Wat me nog wel het meest opvalt, vergeleken met vroeger, is het respect voor anderen. Voornamelijk ouderen. Wij spraken ouderen met 'u' aan, stonden onze plaats af ten behoeve van bejaarden en als wij bij iemand anders gingen spelen 'gedroegen' we ons en spraken met twee woorden. Oké, dat ging ons ook niet altijd even gemakkelijk af, maar toch. Nu lees je in de krant dat oudere weggebruikers maar niet meer achter het stuur moeten omdat ze de jongeren ophouden. Steeds meer mensen vinden dat bejaarden maar overdag om boodschappen moeten, zodat het na vijven rustiger is om boodschappen te doen voor werkende mensen, de carrièremakers.
    En kijk nu eens bij ons op het schoolplein. Als je niet uitkijkt wordt je ondersteboven geskate, krijg je een bal tegen je hoofd of krijg je wat woorden toegeworpen, omdat je in de weg liep. En als je denkt dat je lastige of vernielzuchtige jongeren bij jou in de buurt een lesje kunt lezen, dan heb je het mis; ze lezen jou wel even een lesje.
    Een lesje nieuwe vocabulaire voor op de schutting.

 

 









Ron Meuldijk © 2009-2011

 MindPhasing